Waardering aandelen in geval van echtscheiding

[vc_row][vc_column][vc_column_text]

Indien tot de gemeenschap van goederen een onderneming behoort, leidt dat niet zelden tot debat: “Wat zijn de aandelen nu precies waard?” ( waardering aandelen ). Het Hof Den Haag heeft daar ( waardering aandelen ) ooit een praktisch bruikbare uitspraak over gedaan, die partijen tot handvat kan dienen: Bij de verdeling van een huwelijksgemeenschap na echtscheiding waartoe ondernemingsvermogen behoord, is niet het uitgangspunt ( waardering aandelen ) de waarde van de onderneming in het vrije economische verkeer, uitgaande van de situatie dat de onderneming aan een derde tegen de beste verkoopcondities zal worden verkocht.

De rechtsrelatie tussen de deelgenoten in een onverdeelde boedel wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid. Wat redelijk en billijk is, is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval.

De redelijkheid en billijkheid verzetten zich er in het algemeen tegen dat de DGA zijn aandelen in de onderneming aan een derde moet verkopen. Voor de DGA vormt de onderneming een bron van inkomsten om van te leven en het is in beginsel niet redelijk en billijk dat hij/zij die bron dient te vervreemden.

In het burgerlijk wetboek zijn geen grondslagen vermeld op basis waarvan de waarde van  ondernemingsvermogen moet worden vastgesteld ( waardering aandelen ). Het behoort tot het debat van partijen wat de grondslag voor de waardering van het ondernemingsvermogen dient te zijn. Wel dient in beginsel uitgangspunt te zijn (a) dat de continuïteit van de onderneming niet in gevaar mag worden gebracht als gevolg van een te hoge waarde waarvoor de aandelen in de verdeling worden betrokken, (b) de onderneming als stand alone wordt voortgezet, en (c) er geen wijzigingen in het ondernemingsbeleid zijn te verwachten.

Indien partijen geen overeenstemming weten te bereiken over de grondslag ( waardering aandelen ) bepaalt de rechter de uitgangspunten voor de waardering. Vervolgens nuanceert het Hof dat laatste overigens weer:

Bij de waardering van aandelen op basis van de DCF methode is van essentieel belang dat er duidelijkheid is over de uitgangspunten voor deze waarderingsmethode. Relevant zijn onder meer:

  • de omzet prognose;
  • de winst prognose;
  • de eindwaarde van de onderneming;
  • de investeringspolitiek;
  • de disconteringsvoet;

Dan volgt een praktische stap in de overwegingen van het Hof, waaruit volgt dat de procedure echt “van partijen” is:

Om te voorkomen dat de te benoemen deskundige wederom op basis van eigen uitgangspunten het waarderingsrapport gaat opstellen zal het hof een regiezitting gelasten waarbij aanwezig dienen te zijn partijen, hun advocaten, en de financieel adviseurs van partijen.

Kortom, in deze zaak werd een aparte regiezitting geweid aan de vraag welke uitgangspunten voor de waardering van aandelen gekozen dienden te worden door de deskundige. Het Hof gaf partijen dusdoende de ruimte om hun verschillende visies  naar voren te brengen. Wat de uitspraak ook onderstreept is het belang van samenwerking tussen  advocaat en accountant, zodat de cliënt kan beschikken over het beste van twee werelden, en de rechter een goed uitgedachte partijvisie in de opdracht aan de deskundige mee kan geven.[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]