De gevolgen van een werkingssfeeronderzoek? een checklist

[vc_row][vc_column][vc_column_text]

Veel bedrijven hebben er in de afgelopen jaren mee te maken gekregen. Een cao branche organisatie of een bedrijfstakpensioenfonds onderzoekt of u verplicht dient deel te nemen aan een bedrijfstakpensioenregeling. Wat te doen? Heijink & Meure Advocaten heeft daarvoor een checklist opgesteld aan de hand waarvan de mogelijkheden beoordeeld kunnen worden.

1. Uitleg van werkingssfeerbepalingen

Werkingssfeerbepalingen zijn vaak ondingen om te lezen, maar wel belangrijk. De vraag of deelname verplicht is scharniert immers om de werkingssfeerbepaling.  Valt uw onderneming eronder of niet? Van belang is dus om goed na te gaan of de werkingssfeerbepaling juist wordt uitgelegd en de juiste gegevens zijn of worden gebruikt in het werkingssfeeronderzoek.

2. Het moment van verplichte deelname

Als eenmaal vaststaat dat deelname verplicht is, dan is de volgende vraag vanaf wanneer de deelname verplichting ontstaat. De verplichting tot deelname kan ontstaan door een verplichtstellingsbesluit van de Minister van Sociale Zaken, wijziging van de werkingsfeerbepaling, wijziging van de bedrijfsactiviteiten van de onderneming of bijvoorbeeld overgang van onderneming. Er zijn dus diverse factoren die er voor kunnen zorgen dat de werkgever gehouden is tot deelname.

3. De gevolgen van de verplichte deelname

De verplichte deelneming in een pensioenfonds werkt twee kanten op:

  • Naar het verleden toe kan sprake zijn van een verplichting tot compensatie van achterstallige pensioenpremies. Daarbij moet rekening worden gehouden met allerlei complicaties, zoals de populatie werknemers waarvoor de verplichtstelling geldt, bestaande arbeidsvoorwaarden, wettelijke verhogingen, (reglementaire) boetes en wettelijke rente.
  • Naar de toekomst toe gaat het om verplichte nakoming van de pensioenregeling (premieafdracht), die zowel door het fonds als de werknemer geclaimd kan worden.

4. Bestuurdersaansprakelijkheid

Bij werkingssfeeronderzoeken liggen er ook (vaak grote) risico’s op de loer voor bestuurders van vennootschappen.  Bestuurders kunnen hoofdelijk aansprakelijk worden ingeval van premieachterstanden (artikel 23 Wet op het Bedrijfstakpensioenfonds). Bent u bestuurder en wordt u geconfronteerd met een werkingssfeeronderzoek? Zeker in geval van obetalingsonmacht is het uitkijken geblazen om persoonlijke aansprakelijkheid te voorkomen.

5. Informatie voor werknemers

Verplichte deelname aan een bedrijfstakpensioenfonds brengt allerlei informatieverplichtingen met zich mee richting werknemers.  Verzwijgen van die informatie brengt risico’s met zich mee. De schade die daardoor ontstaat (bijvoorbeeld door onnodig aangehouden privéverzekeringen) kan worden verhaald op de werkgever.

6. Vrijstelling/dispensatie

Indien door het bedrijfstakepensioenfonds wordt vastgesteld dat de onderneming onder de werkingssfeer valt zijn er nog een aantal esapes.

  • Veel cao’s kennen commissies waar de toepasselijkheid van de werkingssfeerbepaling ter discussie gesteld kan worden.
  • Bij het bedrijfstakpensioenfonds kan (op een aantal gronden) een verzoek tot vrijstelling worden gedaan. Bijvoorbeeld als er al een (gelijkwaardige) pensioenregeling is.

Ook hier is het uitkijken geblazen, omdat beslissingen op vrijstellingsverzoeken  kwalificeren als besluit in de zin van de algemene wet bestuursrecht (Awb). Tegen dat soort besluiten kan bezwaar en beroep ingesteld worden en daarvoor gelden (anders dan in het civiele recht) korte bezwaar- en beroepstermijnen. De vraag of een werkgever onder de werkingssfeer van een bedrijfstakpensioenfonds valt is weer voorbehouden aan de civiele rechter.

7. Verjaring

Geldvorderingen zijn in het Nederlandsrecht beperkt houdbaar. De meeste geldvorderingen verjaren na vijf jaar. Toch gelden er specifieke regels rondom verjaring van (o.a.) pensioenclaims. Dat premievorderingen vijf jaar of ouder zijn is dus geen garantie dat de vordering is verjaard.

8. Redelijkheid en billijkheid

Er kunnen situaties zijn dat inning van premies jaren na dato in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat de werkgever meermaals niet werd aangemerkt als werkgever die onder de werkingssfeer valt en jaren later opeens wel. Het met terugwerkende kracht innen van premies kan dan in strijd zijn met redelijkheid en billijkheid.

Heeft u vragen over een werkingssfeeronderzoek of pensioenproblematiek? Neem dan vrijblijvend contact op met mr. A. Heijink van Heijink & Meure Advocaten.[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]