Wetsvoorstel “wet bescherming bedrijfsgeheimen”

Inmiddels is de zomerzonnewende achter de rug en heeft de zon zijn hoogste punt dit jaar bereikt. Dat kan van het wetsvoorstel “wet bescherming bedrijfsgeheimen” nog niet gezegd worden.

Het wetsvoorstel beoogt de implementatie van de “Richtlijn 2016/943/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan”.

De richtlijn stelt allerlei voorwaarden aan de wetgeving van Europese lidstaten op het gebied van bedrijfsgeheimen. De richtlijn krijgt in Nederland vorm via het wetsvoorstel Wet Bescherming Bedrijfsgeheimen.

De richtlijn had op 9 juni 2018 geïmplementeerd dienen te zijn. Dat is dus nog niet het geval. De Wet Bescherming Bedrijfsgeheimen is nog in behandeling in de Eerste Kamer. Bij het schrijven van dit bericht was het voorstel nog in de schriftelijke voorbereidingsfase (https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34821_wet_bescherming). Het wetsvoorstel dient een wettelijk regeling te gaan bieden voor bescherming van bedrijfsgeheimen.

Wat wordt er onder “bedrijfsgeheim” verstaan?

De richtlijn omschrijft een bedrijfsgeheim als informatie die (kort samengevat):

  • niet algemeen bekend is, of
  • niet gemakkelijke toegankelijk is
  • handelswaarde bezit
  • beschermd worden door maatregelen van de eigenaar.

Bescherming van bedrijfsgeheimen wordt meestal opgelost met geheimhoudingsbedingen of een intellectueel eigendom (zoals een auteursrecht, merk of octrooi). Beide methoden hebben voor- en nadelen.

Het belangrijkste nadeel van een geheimhoudingsbeding is de beperkte gebondenheid. Alleen contractspartijen zijn gebonden aan het contract. Als een bedrijfsgeheim uitlekt kunnen alleen de contractpartijen worden aangesproken op het geheimhoudingsbeding.

Gevolgen wetsvoorstel

Met het voorstel Wet bescherming bedrijfsgeheimen kan tegen een breder publiek worden opgetreden bij inbreuk op een bedrijfsgeheim. Het wetsvoorstel biedt concrete mogelijkheden om iedere (vermeende) inbreukmaker aan te pakken. Denk hierbij aan een verbod op het gebruik van de bedrijfsgeheimen, een verbod om met het bedrijfsgeheim producten te maken of te koop aan te bieden, of die producten uit de markt halen.

Het wetsvoorstel biedt dus een scala van mogelijkheden om op te treden tegen inbreuken op bedrijfsgeheimen. Of het wetsvoorstel gaat brengen wat er van wordt verwacht is een andere vraag.

Voordat de bescherming van deze wet ingeroepen kan worden zijn er een aantal hordes te nemen:

  • Hoe bewijs je het bestaan en vooral het eigendom van een bedrijfsgeheim? Een i-Depot kan daarin helpend zijn. Daarmee kunnen ideeën worden vastgelegd. Hiermee kan het bestaan (zo nodig) aangetoond worden, alsmede de datum van het depot.
  • Een andere belangrijke horde is het nemen van beveiligsmaatregelen. De eigenaar van het geheim dient wel een security policy te hebben. Als er geen beveiligingsmaatregelen zijn, dan rechtvaardigt dat ook geen bescherming.

Kortom, bescherming via een contractuele geheimhoudingsclausule blijft van groot belang.

Tips

  1. Maak een geheimhoudingsbepaling concreet. Benoem niet alleen de geheimhouding van “alle bedrijfsgeheimen”, maar ook specifieke dingen, zoals tekeningen, recepten, etc.
  2. Neem in een geheimhoudingsbeding ook een boetebepaling op in uw contracten. Een boetebepaling dient twee doelen. Het eerste doel is preventie. Morele committent is in de praktijk (helaas) lang niet altijd voldoende. Een boete is een belangrijke prikkel om het geheimhoudingsbeding na te leven. Een tweede doel is voorkoming van discussie over de omvang van schade. Schade is vaak niet of lastig aan te tonen bij schending van een geheimhoudingsbeding. Een boete voorkomt onnodige discussie over de hoogte van de schade.